Amsterdam

Analytische therapie is gebaseerd op de opvattingen van de Zwitserse psychiater C.G. Jung, die in de eerste helft van de twintigste eeuw leefde en die als grondlegger van deze therapievorm beschouwd wordt. De theorie en de therapievorm zijn sindsdien door geestverwanten verder ontwikkeld.

Analytische therapie gaat uit van een dieptepsychologische benadering van psychische problemen. In dat opzicht is deze stroming verwant aan de psycho-analyse. Jung was een leerling van Freud en een aantal uitgangspunten en methoden van Freud treft men ook aan in de analytische therapie. Jung heeft echter ook een aantal wezenlijke veranderingen doorgevoerd en latere theoretici hebben deze nieuwe punten verder ontwikkeld.

Enkele belangrijke verschillen met de Freudiaanse benadering zijn bijvoorbeeld de veel grotere toekomstgerichtheid van de Jungiaanse benadering en de flexibelere benaderingswijze. Er zijn meerdere methoden mogelijk binnen de globale doelstellingen van deze benadering. Dit is onder andere afhankelijk van de aard en ernst van de problemen en de doelen die iemand zich stelt. Er zijn wel een aantal grote thema’s die steeds benadrukt worden:

Zelfontdekking en zelfontwikkeling

Typerend voor de analytische benadering is het streven naar ontdekking en ontwikkeling van het zelf. In de analytische therapie gaat men er van uit dat de mens zich gedurende zijn hele leven psychisch kan blijven ontwikkelen.
Dit ontwikkelingsproces is gericht op het ontdekken van het zelf: de eigen innerlijke kern, die in de dagelijkse praktijk van het leven vaak ondergesneeuwd is geraakt en die in sommige gevallen zelfs geheel uit het zicht verdwenen is. De mens leeft dan te sterk op basis van uiterlijke waarden en gewoonten. Als een mens te ver verwijderd is geraakt van zijn eigen innerlijke aard dan kan dit tot psychische problemen leiden.

Integratie van psychische elementen

Het menselijk bewustzijn is in veel gevallen geen samenhangend geheel.
Er zijn als het ware allerlei eilandjes van bewustzijn in een zee van onbewustheid. Vaak hebben mensen een vrij duidelijk besef van hun eigen ik, maar er zijn grote onbewuste stukken en ook allerlei afzonderlijke ‘bewustzijns-eilandjes’ in ieders leven.

Het individuatieproces is gericht op het ontwikkelen van een grotere mate van samenhang in het bewustzijn en op bewustwording van bepaalde complexen, die in hun onbewuste vorm een storende invloed kunnen uitoefenen op iemands leven.
Sterke onbewuste complexen hebben de neiging om steeds weer op dwingende wijze tot uiting te komen in het dagelijks leven. Op die manier kunnen ze iemands bewuste doelstellingen ondermijnen en het lukt de persoon in kwestie de situatie niet om de situatie op een adequate manier te hanteren.

Naarmate iemand zich meer bewust wordt hiervan worden deze psychische inhouden beter hanteerbaar; het wordt dan ook mogelijk om negatieve ervaringen, neurotische conflicten of trauma’s te verwerken. Intellectueel inzicht is van belang, maar belangrijker nog is het gevoelsmatig bewustzijn van de situatie. Dat vergroot iemands handelingsvrijheid en levensgeluk.
Tenslotte is het belangrijk om te handelen in overeenstemming met de nieuw verworven inzichten. Therapeutisch herstel houdt alleen stand als het gepaard gaat met praktische aanpassingen in het dagelijks leven.

Persoonlijkheidstypen

In de analytische therapie gaat men er van uit dat er een aantal verschillende persoonlijkheidstypen bestaan, die op wezenlijk verschillende wijze in het leven staan.
Zo zijn er bijvoorbeeld introverte en extraverte types, verstands- gevoels-, intuitieve en waarnemingsgerichte types.

Mensen kunnen zich alleen verder ontwikkelen als ze hun eigen aard accepteren en daar in grote lijnen trouw aan blijven; wel is het vaak van belang om wat typische eenzijdigheden en zwakheden te corrigeren.
In de huidige maatschappij waardeert men met name het extraverte verstandstype.
Echter, een persoon met een levendige verbeeldingskracht moet fantaseren en creatieve activiteiten ondernemen; een persoon die graag alleen is moet daar ook de tijd voor nemen, enzovoorts. Alleen op die manier kan zo iemand zich verder ontwikkelen tot een meer evenwichtige, geheelde persoon.

Innerlijk leven en creativiteit

In de analytische therapie kent men veel waarde toe aan het innerlijk leven van de mens.De houding ten opzichte van de producten van het onbewuste is betrekkelijk positief.
Er is op dit punt nogal wat verschil met de traditionele Freudiaanse benadering. In de analytische therapie gaat men er van uit dat er zowel negatieve als positieve zaken uit het onbewuste voort kunnen komen. Het onbewuste bevat problematische en zelfs gevaarlijke kanten, maar ook helende krachten, niet vermoede talenten en wijsheid.
De niet-erkende kanten van de persoonlijkheid noemt Jung de ‘schaduw’ van de bewuste persoonlijkheid. Het is van belang om deze innerlijke mogelijkheden te ontdekken en verder te ontwikkelen.

Persoonlijke en mythologische aspecten van de psyche

In de analytische therapie legt men eveneens een accent op de verreikende historische wortels van de menselijke psyche. Achter een persoonlijk onbewuste laag van de psyche bevindt zich nog een collectief onbewuste.
Inhouden uit deze collectieve laag van het onbewuste hebben gewoonlijk een archetypisch of mythologisch karakter. Mensen kunnen in hun dromen en fantasieen geconfronteerd worden met inhouden die uit deze laag afkomstig zijn.

Twee bekende archetypische figuren volgens de inzichten van Jung zijn de animus bij vrouwen en de anima bij mannen. Zij vormen een innerlijke weergave van de minder ontwikkelde mannelijke kant bij vrouwen en de minder ontwikkelde vrouwelijke kant bij mannen. Deze kant wordt vaak op personen in de buitenwereld geprojecteerd en dan als ‘de ander’ of soms ook als ‘de wederhelft’ ervaren.
Aangezien het hierbij vooral om de mate van psychische ontwikkeling van mensen gaat, kunnen animus en anima van karakter veranderen in het persoonlijk leven. Zij spelen gewoonlijk een compenserende rol in iemands leven. Zij kunnen echter ook diverse andere karakteristieken aannemen.
Zij kunnen verder in meer algemene zin veranderen als de maatschappelijke of culturele patronen veranderen.

In tijden van spanningen en veranderingen activeert het onbewuste allerlei inhouden.
Mensen projecteren deze inhouden vaak op de buitenwereld, zodat het zicht op de buitenwereld en op het innerlijk leven vertroebeld raakt. Dat is een bron van onnodige conflicten en het maakt de oplossing van bestaande conflicten moeilijker.
Het wordt vooral problematisch als men (onbewust) mythologische inhouden op anderen projecteert of aan het eigen ego toevoegt, vooral als het daarbij om heel verreikende, omvangrijke archetypische figuren gaat. Iemand meent dan bijvoorbeeld dat hij of zij held, redder of heilige in eigen persoon geworden is. Soms dicht men anderen een dergelijke rol of een hieraan tegengestelde rol toe. Dat kan natuurlijk niet goed gaan.

Het is van belang om een onderscheid te maken tussen de verschillende aspecten van de psyche. Ze hebben andere kenmerken en verschillende effecten op het dagelijks leven.
Het is ook belangrijk om de mogelijkheden van de geactiveerde onbewuste inhouden op een positieve en zinvolle wijze aan te wenden ten behoeve van het herstel.

Op de webpagina ‘ Artikelen‘ staan enkele artikelen over vernieuwende hedendaagse theoretici. In deze artikelen tref je ook wat meer informatie aan over de bovenbeschreven onderwerpen.